Voorstel tot nieuwe wetgeving dierenwelzijn in Nederland - deel 3

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down

Voorstel tot nieuwe wetgeving dierenwelzijn in Nederland - deel 3

Bericht  van den broeck alfons op do apr 07 2011, 08:11

Hoofdstuk 4 Aspecten van regeldruk

4.1. Algemeen

Met dit besluit worden niet alleen bestaande verplichtingen uit het HKB 1999 omgezet in
doelvoorschriften. Ook wordt de werkingssfeer van dat besluit verbreed naar andere categorieën dieren. Daarnaast worden nieuwe voorschriften geïntroduceerd, onder andere ter zake van de fokkerij.

Dit besluit heeft de volgende normadressanten: handelaren, detailhandelaren, fokkers, houders van kennels, catteries, pensions en asielen.

4.2. Administratieve lasten

De administratieve lasten die samenhangen met dit besluit vloeien voort uit de volgende
onderdelen van het besluit:

a) aanmeldingsverplichting, bedoeld in artikel 5 en 6
b) administratieverplichting, bedoeld in artikel 7

4.3. Nalevingskosten

a) Vakbekwaamheid

Beheerders van inrichtingen dienen in het bezit te zijn van een bewijs van vakbekwaamheid.

Voor fokkers van overige gezelschapsdieren, pensions en asielen voor overige gezelschapsdieren en groothandel/detailhandelaren in overige dieren is het halen van een bewijs van vakbekwaamheid een nieuwe norm.

b) Quarantaineruimte en ziekenboeg (artikel 10 en 11)

Een inrichting dient te beschikken over een quarantaineruimte, dan wel de mogelijkheid deze indien nodig direct in te kunnen richten.

Een inrichting dient te beschikken over ruimte waar zieke dieren, anders dan in quarantaine, gehuisvest kunnen worden. Het inrichten van een ruimte als ziekenboeg is voor asielen, fokkers, pensions en de groot- en detailhandel in honden en katten geen nieuwe norm. Voor fokkers, pensions en asielen van overige gezelschapdieren en groot- en detailhandel in dieren anders dan honden en katten betreft het wel een nieuwe norm. Er wordt van uitgegaan dat de gemiddelde praktijk aan deze norm voldoet, dan wel middels zeer beperkte investeringen kan voldoen. Mede ook omdat reeds bestaande ruimten voor huisvesting als ziekenboeg gebruikt kunnen worden.
Een quarantaineruimte en de ziekenboeg kunnen overigens één en dezelfde ruimte zijn, met dien verstande dat dieren in quarantaine niet tegelijk hier gehuisvest kunnen worden met dieren die in ziekenboeg gehuisvest dienen te worden.

c) Het verstrekken van schriftelijke informatie aan de koper van dieren en verstrekken van alle beschikbare informatie over de gezondheidsstatus van het dier (artikel 15 en 16)
Aan de koper van een dier dient informatie te worden verstrekt over de verzorging, huisvesting, en gedrag van het dier en kosten die gemoeid gaan met het houden van het dier. Daarnaast dient de beschikbare informatie over de gezondheidsstatus van het dier te worden verstrekt.

Het betreft hier een nieuwe norm voor alle categorieën.

In de gemiddelde huidige praktijk zal al in meer of mindere mate de vereiste informatie verstrekt worden bij de verkoop van een dier. Er wordt van uit gegaan dat de informatie over de gezondheidsstatus van een dier in de gemiddelde huidige praktijk wordt verstrekt. Voor het verstrekken van schriftelijke informatie over de verzorging, huisvesting en het gedrag van het dieren is voldoende gratis materiaal digitaal beschikbaar welke uitgeprint en verstrekt kan worden.

4.4. Lasten voor de overheid

De ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst zijn in het kader van dit besluit belast m
opsporing van strafbare feiten. Daarnaast beschikken ook inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) over opsporingsbevoegdheid voor overtredingen van dit besluit. Datzelfde geldt voor de politie en bepaalde buitengewone opsporingsambtenaren van gemeenten.

Ingevolge artikel 114, eerste lid juncto artikel 1 onderdeel a, b, c en f, van de Regeling aanwijzing ambtenaren Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, zijn de ambtenaren van de Voedsel en Warenautoriteit, Dienst Regelingen en ambtenaren van de politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Politiewet 1993 aangewezen voor het toezicht op naleving van dit besluit. Ingevolge artikel 114, eerste lid juncto artikel 1 d van dezelfde wet zijn ook inspecteurs van de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming aangewezen voor het toezicht op dit besluit, voor zover dit besluit berust op de in dat artikel genoemde artikelen van de Gwwd. Voor fokken zijn zij niet aangewezen.

Overtreding van de voorschriften gesteld krachtens de artikelen 38, 45, 55 en 56 van de
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren zijn strafbaar gesteld in artikel 1, onderdeel 4 van de Wet op de economische delicten. Naast strafrechtelijke handhaving zal bestuursrechterlijke handhaving mogelijk zijn door middel van toepassen van een last onder bestuursdwang dan wel een last onder dwangsom. Met de Wet dieren wordt beoogd de niet-naleving van de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften eveneens te kunnen bestraffen met een bestuurlijke boete.

Bij ministeriële regeling worden de kosten voor de aanmelding van een inrichtingen bij de minister van Economische zaken, Landbouw en Innovatie door de overheid doorberekend aan de melder. De grondslag voor deze doorberekening is gelegen in artikel 94, eerste lid, onderdeel h van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

4.5 Alternatieven, buitenlandtoets en sociaal economische effecten

Bij de keuze voor de aanmeldingsplicht is het alternatief van een vergunningplicht onderzocht.De aanmeldingsplicht is minder belastend voor het bedrijfsleven en de overheid dan de vergunningplicht. Er is daarom gekozen voor de aanmeldingsplicht. De aanmeldingsplicht is noodzakelijk voor het toezicht op de naleving van dit besluit.
Regels voor de huisvesting en de verzorging zijn ter bescherming van het welzijn en de gezondheid van gezelschapsdieren bij activiteiten in een zekere omvang en met een zekere regelmaat noodzakelijk. Bij de keuze voor het stellen van deze regels is per norm gekeken naar de alternatieven in de vorm van ofwel middelvoorschriften ofwel doelvoorschriften. Alleen voor het normeren van de aanmelding, de vakbekwaamheid van de beheerder en de verplichte entingen voor honden en katten is besloten tot middelvoorschriften. Doelvoorschriften lenen zich niet voor een aanmeldprocedure. Ten aanzien van de vakbekwaamheid en de verplichte entingen voor honden en katten worden middelvoorschriften noodzakelijk geacht in het belang van het welzijn en
de gezondheid van gezelschapsdieren. Voor de overige normen over de verzorging, huisvesting en gezondheid van de dieren is voor doelvoorschriften gekozen. Doelvoorschriften hebben de voorkeur omdat bedrijven hiermee zoveel mogelijk ruimte wordt geboden en daardoor minder lasten opleveren.

Dit besluit is van toepassing op in Nederland gevestigde inrichtingen. Er bestaat geen
noemenswaardige export van dieren vanuit asielen en pensions. Door groothandelaren in
gezelschapsdieren vindt er wel een omvangrijke export plaats. Deze dieren worden met name naar
België, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje en Italië geëxporteerd en daarnaast naar het Midden Oosten, Australië, Rusland en Noord- Amerika. Dibevo heeft aangegeven dat dit besluit de im- en export als zodanig nauwelijks of niet raakt en daar dus geen effect op heeft. Ook de Verenging van import- en exporteurs van Vogels en Hobbydieren geeft aan dat de invloed op de export mee zal vallen. Uitgaande van de verwachtingen van de sector, wordt dan ook verwacht dat dit besluit geen gevolgen heeft voor de concurrentiepositie in Nederland en in het buitenland van in Nederland gevestigde inrichtingen die onder de werking van dit besluit vallen.

Hoofdstuk 5 : overige onderwerpen

d. Vrije verkeer van vestiging

Ingevolge dit besluit zijn activiteiten met dieren, zoals de verkoop van dieren, slechts toegestaan, indien die activiteiten worden uitgeoefend in een inrichting en daarvan melding is gedaan.

Dit betekent dat ook een buitenlandse verkoper die in Nederland in een zekere omvang en met een zekere regelmaat dieren verkoopt, deze activiteiten ingevolge artikel 5 en 6 in een overeenkomstig dit besluit aangemelde inrichting dient te verrichten. Voorts zal ook deze verkoper, gelijk aan de Nederlandse verkoper, aan alle overige voorschriften van dit besluit dienen te voldoen.

Van discriminatie naar nationaliteit is ingevolge het onderhavige besluit geen sprake. Zo wordt bij de aanmelding van inrichtingen geen onderscheid gemaakt tussen de Nederlandse en buitenlandse aanmelders van inrichtingen. Ook de overige verplichtingen zijn zonder onderscheid van toepassing op Nederlanders en buitenlanders die in een zekere omvang en met een zekere regelmaat activiteiten met dieren verrichten. Voor wat betreft het voorgeschreven bewijs van vakbekwaamheid zij opgemerkt dat op aanvraag de certificaten zullen worden erkend die door buitenlandse instellingen zijn afgegeven en waarvoor een examen is gevolgd dat gelijkwaardig is aan de in Nederland af te leggen examens. Tevens wordt ervan uitgegaan dat de verplichtingen van dit besluit de toets inzake noodzaak en doelmatigheid doorstaan.

f. Overeenkomst ter bescherming van kleine huisdieren

De Europese Overeenkomst ter bescherming van kleine huisdieren is door Nederland getekend, maar nog niet geratificeerd. Met dit besluit wordt een deel van deze Overeenkomst
geïmplementeerd. Daartoe is de reikwijdte ten opzichte van het Honden- en kattenbesluit 1999 uitgebreid met de volgende partijen :

- groot- en detailhandel in dieren,
- personen die huisdieren fokken, niet beperkt tot honden en katten,
- personen die een pension hebben met winstoogmerk voor dieren, niet beperkt tot honden
en katten,
- asielen voor huisdieren, niet beperkt tot honden en katten

Voor deze partijen zal een meldplicht gelden. Tevens moeten deze partijen aantonen dat de voor de dieren verantwoordelijke persoon vakbekwaam is en dat de voorzieningen om dieren te kunnen houden voldoen aan de behoeften van het dier.
Voor fokkers voor alle dieren, dus niet beperkt tot honden en katten, geldt dat zij verantwoordelijk zijn voor het rekening houden met anatomische, fysiologische en gedragskenmerken die de gezondheid van de nakomelingen of het moederdier in gevaar kunnen brengen (artikel 5 van de Overeenkomst).

Overige regels uit de Overeenkomst zijn geïmplementeerd in bestaande regelgeving of worden geïmplementeerd in uitvoeringsregels bij het wetsvoorstel voor een Wet dieren (Kamerstukken I 2009/10, 31389, nr. A), eenmaal wet. Een voorbeeld van de laatstgenoemde categorie is de verplichting voor de houder van een dier om alle redelijke maatregelen te nemen om ontsnapping van het dier te voorkomen (artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de Overeenkomst). Wanneer aan alle verplichtingen van de overeenkomst kan worden voldaan kan de Overeenkomst worden geratificeerd.

Copyright 2011

van den broeck alfons

Aantal berichten : 349
Join date : 02-07-10
Woonplaats : Geel

Terug naar boven Go down

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven

- Soortgelijke onderwerpen

 
Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum